Diederik Stapel: een reactie op de reacties

donderdag, 17 november 2011, door Asha ten Broeke

Geen goedpraterij maar een oproep tot wat meer beschaving

Anderhalve week geleden (8/11/11, http://www.trouw.nl/tr/nl/8367/Asha-ten-Broeke/article/detail/3022000/2011/11/08/Liegen-doen-we-allemaal-en-wel-voortdurend.dhtml) schreef ik in Trouw een column over Diederik Stapel. Die column kwam me op veel commentaar te staan, onder andere van Neerlands meest eloquente blog GeenStijl.nl. Ik incasseerde haat, nijd en bedreigingen met verkrachting en schreef daar deze week (15/11/11, http://www.trouw.nl/tr/nl/8367/Asha-ten-Broeke/article/detail/3022000/2011/11/08/Liegen-doen-we-allemaal-en-wel-voortdurend.dhtml) opnieuw een column over. Dat schoot vele mensen in het verkeerde keelgat. Zij vonden dat ik de boel tezeer opblies, klaagde over niets en de bedreigingen bovendien aan mezelf te danken had. Dat doet mij denken aan roepen dat iemand met een kort rokje niet moet zeuren als ze lastig gevallen wordt op straat. Maar dat terzijde.

Het voornaamste verwijt was echter dat ik in mijn column van 15/11 niet inging op de kritiek die onder meer GS maar ook andere reageerders op bijvoorbeeld de Trouw-website hadden geleverd op mijn Stapelcolumn. Nou vind ik een column geen plek voor heen-en-weergesprekjes tussen misnoegde lezers en de columnist. Maar hier, op mijn blog, wil ik met alle plezier even inhoudelijk ingaan op de kritiek. Die luidde, vrij verwoord, dat ik Stapels frauduleuze acties goedpraatte met de lulsmoes dat we allemaal liegen.

Zodat we duidelijk hebben waar we over praten, citeer ik hier even uit mijn Stapelcolumn wat ik daadwerkelijk zei:

Eigenlijk wilde ik niet over Diederik Stapel schrijven. Alles aan de zaak maakt me verdrietig: de collega’s die gedupeerd zijn door de omvangrijke fraude, de man zelf die nu psychisch helemaal aan de grond zit en het feit dat een heel vakgebied – mijn vakgebied – failliet wordt verklaard door de acties van één man.
Maar verdriet is niet een emotie die past bij de hedendaagse media. Wraak wel. En dus keek ik vorige week toe hoe journalisten over elkaar heen buitelden om voormalig troetelpsycholoog Stapel aan de hoogst vindbare boom te knopen.
De hypocrisie van dit circus verdient echter een weerwoord. Want terwijl Stapel als pathologische uitzondering wordt weggezet, vergeten we dat we allemaal liegen.

En

…de situatie is eerder het product van een overdreven prestatiegerichte wetenschapscultuur dan van een uitzonderlijk zieke geest.
Om een tweede affaire Stapel te voorkomen, kunnen we beter de hoge boom plus knoop laten voor wat hij is en maatregelen treffen die in de wetenschappen de aandacht verplaatsen van resultaten naar de kwaliteit van het onderzoek.

Samengevat staat hier ten eerste dat ik verdrietig werd van de omvangrijke fraude van Stapel. Er staat dus niet dat ik vind dat wat Stapel heeft gedaan op wat voor manier dan ook oké is. Daarna verleg ik mijn aandacht naar de manier waarop de media met Stapelgate omgingen, namelijk door middel van hogeboomknoperij. Laat ik even in herinnering roepen dat dit er niet zachtzinnig aan toe ging. Zo las ik op nu.nl dat Stapel, ondanks het feit dat hij psychisch volkomen aan de grond zit (getuige een verklaring van Stapels vrouw), niet zielig gevonden hoeft te worden. Bij de NRC trommelden ze er nota bene een forensisch psycholoog op om te proberen uit te vogelen welk een stoornis Stapel zou hebben gehad. Op twitter viel met regelmaat het woord ‘pathologisch leugenaar’.

Dit ging en gaat mij allemaal veel te ver, en wel om twee redenen. Ten eerste, om even een Engelse uitdrukking te lenen: you don’t kick a man when he’s down. Ten tweede is het verschil tussen Stapel en ons allemaal er een van schaal, niet van principe. Hiermee bedoel ik het volgende: Stapel heeft op enorme schaal gelogen en bedrogen en daarmee velen schade toegebracht. Maar er zijn maar weinigen die met hun hand op hun hart kunnen zeggen dat zij nooit op veel kleinere schaal hetzelfde hebben gedaan. Wiens carrière zou het verdragen dat er een vergrootglas op wordt gelegd? Wie heeft nooit bij zijn baas gestaan en lof geaccepteerd voor iets wat hij niet heeft gedaan? De waarheid zo verdraait dat hij er zelf beter van werd? Misschien zelfs ten koste van een collega?

Natuurlijk heeft zoiets niet de omvang van een Stapelgate. Maar als we hier even filosofisch naar kijken: is de man die een brood steelt principieel een betere man dan degene die er duizend steelt? Deontologisch gezien niet: stelen, liegen, bedriegen en dergelijk is allemaal verkeerd, ongeacht de hoeveelheid leugens of broden. Consequentialistisch zou er iets voor te zeggen zijn om de steler van duizend broden harder te veroordelen: hij heeft immers meer schade aangericht. Nu spring ik even naar het onderzoek onder psychologen, dat ik ook aanhaalde in mijn Stapelcolumn. Daarin vertelde ik dat zeventig procent van de onderzoekers weleens sjoemelt met de waarheid. Om de analogie voort te zetten: dit zijn duizenden en duizenden mensen die zich door omstandigheden gedwongen voelen soms een enkel brood te stelen. De opgetelde schade van al deze broden/psychologische leugentjes samen is veel groter dan van een enkele man als Stapel. Het is om die reden dat ik denk dat het nuttiger is om naar de omstandigheden te kijken dan naar de enkeling.

Rest het punt dat ik zei dat hij die zonder zonde is, de eerste steen moet werpen. Ik geloof er hartstochtelijk in dat je geen mensen moet opknopen voor dingen die je zelf in de verkeerde omstandigheden ook gedaan zou kunnen hebben. Als we kijken naar de gehoorzaamheidsexperimenten van Milgram en Zimbardo, dan kunnen we niet anders dan erkennen dat we allemaal in staat zijn tot kwade daden, mits de mix van persoonlijke en situationele factoren dat faciliteert. Dat Stapel wel over de schreef ging en een andere wetenschapper niet, maakt die die andere wetenschapper geen beter mens. Het maakt hem een mens met meer geluk.

Voor wie dit alles nog steeds klinkt alsof ik het blind voor Stapel opneem, wil ik nog een laatste nuance toevoegen. Het heeft mij ten zeerste verbaasd dat mijn weigering om stenen te gooien naar Stapel automatisch werd opgevat als verdediging, verontschuldiging of zelfs goedkeuring van zijn daden. Dat zegt wat mij betreft veel over de huidige tijdsgeest. Blijkbaar is er geen enkele ruimte tussen keihard veroordelen en omarmen. Dat is mij veel te zwart-wit. Het is uitstekend mogelijk om de acties van een man aan de kaak te stellen zonder dat hem te stenigen. Je kunt zeggen dat je blij bent dat hij zijn doctorstitel heeft ingeleverd. Je kunt tevredenheid uitspreken over het feit dat de universiteit aangifte heeft gedaan, zodat het recht kan zegevieren. Je kunt Stapel oproepen zelf aan te wijzen waar hij allemaal heeft gefraudeerd. Niet de eerste steen gooien betekent niet dat je als een comateus konijn hoeft toe te kijken hoe verkeerde dingen gebeuren. Het betekent dat je niet hoeft te haten, wreken. schelden en speculeren over iemands al dan niet pathologische motieven terwijl je feiten aan de kaak stelt. Om de daden te veroordelen hoef je niet de man op te knopen. Ik vind dat een kwestie van beschaving, niet van goedpraterij.

 Neem contact op met Asha ten Broeke

8 reacties tot nu toe

  1. Naast een verschil van grootte tussen die 70% en Stapel is er nog een essentieel verschil tussen die gevallen, misschien het verschil dat de woede voor een groot deel kan verklaren. Tot nu toe zijn de meeste fraudegevallen en het meeste sjoemelen met data door onderzoekers in hun eigen werk gedaan. Stapel heeft willens en wetens er voor gekozen om niet alleen in zijn eigen onderzoek, maar ook bij het onderzoek dat hij begeleidde te frauderen en daarmee enorm veel mensen schade berokkend, veel meer dan wanneer hij “slechts” in zijn eigen onderzoek had gefraudeerd.

  2. @Fjodor: de klinkt als een plausibele verklaring, maar vergeet niet dat vrijwel elk onderzoek tegenwoordig een samenwerking van verschillende wetenschapper is, dus waar er een sjoemelt zijn er altijd meerdere de sjaak. In het geval van Stapel is het extra naar, omdat je als promovendus natuurlijk afhankelijksrelatie hebt met je begeleider. Maar aan de andere kant: de wetenschap staat bol van machtsverhoudingen, en ook bij de ’70%-fraudetjes’ zullen er ongetwijfeld promovendi gedupeerd worden.

  3. Mevrouw Ten Broeke, u gaat slechts in op een gedeelte van de kritiek. Principieel kunt u wellicht gelijk hebben maar dat laat onverlet dat uw voorbeelden mallotig en a-wetenschappelijk waren. U annexeerde de sociale psychologie als ‘mijn vakgebied’ en bevestigde alle vooroordelen. En alsof dit allemaal nog niet genoeg was tuinde u met open ogen in de Geen Stijl-val.
    Ik van het jammer dat u geen enkele blijk geeft van zelfreflectie en slechts in staat bent om meer van hetzelfde op te dienen.

  4. Asha ten Broeke

    In mijn column gebruik ik voorbeelden uit de wetenschap en anderszins om een punt te illustreren; ik hang geen wetenschappelijk verantwoorde redenaties op. Dat is een veelgemaakte vergissing aan het adres van wetenschapsjournalisten: alsof het een soort vlotgepende wetenschappers zijn en hun artikelen dus op zichzelf moeten voldoen aan de wetenschappelijke regelen der kunst. Ik krijg op dezelfde fiets ook weleens het verwijt dat er informatie ontbreekt (o ja joh!) of dat mijn werk niet peer-reviewed is. Bizar. Je verwacht van parlementair journalisten toch ook niet dat ze zelf politiek bedrijven?
    Wat betreft die puberjongens: klaarblijkelijk zijn vele reageerders vergeten hoe het was om puber te zijn. Toen stond liegen over je ontmaagding – als het uit was gekomen – gelijk aan een gewisse sociale dood. Dus zo vergezocht vind ik het voorbeeld niet. Het staat eenieder natuurlijk vrij om daar iets anders van te vinden – mallotig, desnoods – maar om vervolgens de beweren dat ik geen zelfreflectie toon omdat ik weiger van gedachten te veranderen vind ik dan weer ontzettend ondoordacht. Alsof ik alleen eerlijk naar mezelf kan kijken als daarna de conclusie is dat ik het met u eens ben.

  5. U was boos en verdrietig over het gebeurde in wat u ‘mijn vakgebied’ noemde. Het was geen objectieve journalistiek zoals parlementaire verslaggevers betrachten en die ook van wetenschapsjournalisten verwacht mag worden.
    De kritiek van bijvoorbeeld de ex-president van de KNAW, dat het door u geannexeerde vakgebied nogal snel gebruik gebruik maakt van grote conclusies en klein onderzoek werd bevestigd door uw redeneerwijze. Daarmee heeft u ‘uw vakgebied’, dat ook mij na aan het hart ligt, in mijn ogen geen dienst bewezen.
    Met uw opvatting dat ‘men’ er als de kippen bij is als gaat om iemand die in de fout is gegaan aan de hoogste boom op te knopen ben ik het eens. U hoeft dus wat dat betreft van mij echt niet van mening te veranderen.
    Uw ongetwijfeld goed bedoelde poging om uw vakgebied een hart onder de riem te steken doet het vakgebied en de menswetenschappen in het algemeen meer kwaad dan goed omdat het de stelling van Pim Levelt eerder bevestigt dan ontkracht.
    Als communicatiedeskundige weet u toch ook dat als de emoties hoog oplopen het verstandig kan zijn even te zwijgen?
    Mijn opmerkingen over gebrek aan zelfreflectie sloegen op deze twee aspecten.

  6. Dank voor uw reactie,

    Staat u mij toe enige kritische kanttekeningen te maken bij uw stelling dat er tussen het stelen van één brood en het stelen van duizend broden slechts een gradueel verschil ligt.

    Er is een uitsprak van rabbi Baäl Shem Tov:
    «Als een mens kwaad heeft gezien, laat hij daar dan niet moeilijk over doen, zodat hij zich bewust kan worden van zijn eigen kwaad en daar dan aan kan gaan werken. Want wat hij gezien heeft is ook binnenin hem.»

    In de joodse traditie is het redden van één mens, het redden van de mensheid en het doden van één mens het doden van de gehele mensheid.

    Betekent dit nu dat de 50 miljoen doden, aangericht door het naziregime, gelijk kan worden gesteld met de gevallen van ‘illegale euthanasie’ die louter juridisch geredeneerd onder de term ‘moord’ vallen?
    Als je de achtergronden leest van deze schrijnende gevallen dan doemen er allerlei ethische dilemma’s op en is een eenduidig oordeel uitermate lastig.

    Kun je de leugens van pubers, die nog jaren te gaan hebben voordat hun frontale cortex is uitgerijpt, vergelijken met de structurele kwaadaardigheid van een frauderende academicus?

    Ik volg de grondlegger van de psychologie, de filosoof William James, die stelde:
    «Al het werkelijke moet ergens ervaarbaar zijn, en alles wat ervaren wordt moet ergens werkelijk zijn. Onwerkelijkheid bestaat niet.»

    In mijn beleving zijn de door mij genoemde voorbeelden werkelijk en prevaleren de ethische dilemma’s boven de in principio correcte stelling dat verschillen in kwantiteit slechts gradueel zijn. De boekhouder die honderd euro uit de kas leent en vergeet dit terug te betalen is min of meer gelijk aan de grootgraaiers. Een moeder die uit erbarmen voor haar lijdende en ongeneeslijk zieke kind haar toevlucht zoekt in ‘illegale euthanasie’ zou ik echter geen moordenares willen noemen.

  7. Heel gewoon: statusangst door – ten diepste seksuele – concurrentie. Die concurrentie(-drang) is nu eenmaal veel groter onder / bij mannen.

    Waarom zo moeilijk leuteren en de expert uithangen.

  8. Asha, ik sympathiseer met je pleidooi voor het tussengebied tussen omarmen en opknopen. Ik heb er nog wel eenv raag over. Je noemt het een teken van de huidige tijdsgeest dat “er geen enkele ruimte (is) tussen keihard veroordelen en omarmen”. Doel je hiermee op jouw beroepswereld, de journalistiek, of in het algemeen? Ik zit zelf niet in de journalistiek en in mijn omgeving (vrienden, familie, buren) uiten de meest mensen zich meestal redelijk genuanceerd, gelukkig.
    Hoort t graag.
    Vriendelijke groet
    Matthijs

Leave a Reply